laatst bijgewerkt: 6 februari 2012.
Meer info over:
Met de invoering van het Havendecreet van 2 maart 1999 en zijn uitvoeringsbesluiten werd gestreefd naar een duidelijke afbakening van verantwoordelijkheden op technisch en nautisch gebied tussen het Vlaams Gewest en de Havenbedrijven van Antwerpen, Gent, Oostende en Zeebrugge.
Eén van de nieuwigheden van het Havendecreet was het financieringsregime. De verre oorsprong van deze regeling ligt in opmerkingen van het Rekenhof over het ontbreken van een voldoende wettelijke basis voor staatsinvesteringen in de havens. De regeling van het Havendecreet beoogde te anticiperen op Europese ontwikkelingen inzake havenfinanciering en staatssteun, zoals deze reeds waren af te lezen uit het Groenboek.
Kenmerkend is dat het Havendecreet beoogt de tussenkomst van de centrale overheid in nieuwe commercieel exploiteerbare projecten terug te dringen. De havenbesturen worden hierdoor meer geresponsabiliseerd bij het ontwerpen van nieuwe commercieel exploiteerbare projecten zoals dokken en kaaien. De decretale regeling knoopt hiermee uitdrukkelijk aan bij het Groenboek en bij de belangrijke aanbevelingen van de Vlaamse Havencommissie over de financiering van de zeehavens uit 1994 en 1997 en over het Groenboek zelf.
De responsabilisering wordt versterkt door de verplichting om een subsidieaanvraag voor nieuwe investeringsprojecten grondig sociaal-economisch te motiveren en door een sanctioneringmogelijkheid wanneer de verwachtingen niet worden ingelost.
De gewestelijke tussenkomsten zijn, behalve wat betreft de gewestelijke verantwoordelijkheid voor de maritieme toegangswegen en de basisinfrastructuur, beperkt tot de op de begroting voorziene middelen. Bovendien kunnen voorwaarden opgenomen worden in specifieke overeenkomsten, te sluiten tussen het Gewest en het betrokken havenbedrijf. De Vlaamse regering heeft ook de mogelijkheid om bij overtreding van het Havendecreet en de uitvoeringsbesluiten uitkeringen in te houden of terug te vorderen.
Het Vlaams gewest is verantwoordelijk voor de aanleg en de instandhouding, met inbegrip van het verwerken van de specie, en het onderhoud van de maritieme toegangswegen en de basisinfrastructuur.
Daarnaast kan de Vlaamse regering, voor zover de nodige kredieten zijn vastgesteld op de begroting, overeenkomstig artikel 30 van het Havendecreet en met inachtneming van hetgeen bepaald is in het subsidiebesluit, subsidies toekennen aan de havenbedrijven voor investeringen in haveninterne basisinfrastructuur en uitrustingsinfrastructuur om het Vlaams havenbeleid te realiseren.
Vóór de invoering van het Havendecreet bedroeg het subsidiëringspercentage 60 % en voor renovatie zelfs 80 %. De vermindering van deze subsidiëringspercentages is een van de ingrijpendste nieuwigheden van het Havendecreet.
Haveninterne basisinfrastructuur: de dokken, zijnde wateroppervlakten, taluds en aanlegbaggerwerken, inbegrepen het ophogen van terreinen
Uitrustingsinfrastructuur: aanmeerinfrastructuur voor zee- en binnenschepen met het oog op overslag van goederen of het vervoer van personen zoals kaaimuren, steigers, landingsbruggen, roll-on/roll-off-hellingen, evenals de lichte infrastructuur zoals kaaiverhardingen, interne ontsluitingswegen binnen het havengebied telkens met hun aanhorigheden
Voorwaarde is dat de uitvoering van het project een significante meerwaarde heeft voor de realisatie van het Vlaamse havenbeleid. Bovendien moet men voldoen aan de voorwaarden op vlak van efficiënt gebruik van de bestaande infrastructuur, ruimteproductiviteit, mobiliteit, natuur en milieu, ruimtelijke ordening (...).
Voor haveninterne basisinfrastructuur bedraagt het subsidiepercentage of het medefinancieringspercentage 50% van het bedrag. Voor uitrustingsinfrastructuur bedraagt het subsidiepercentage 20% van het bedrag.
| Project | subsidie% | voorzien bedrag | voorzien bedrag |
|---|---|---|---|
| 2010 | 2011 | ||
| Haven van Antwerpen | 1.945.421,99 | 736.703,52 | |
| 6de havendok - Renovatie kaaimuur thv 508-514 | 20% | 147.621,99 | |
| Churchilldok - Renovatie kaaimuurkop noordkaai | 20% | 20.694,84 | |
| Churchilldok - Renovatie kaaimuurkop zuidkaai thv 412 & 420-426 | 20% | 254.690,95 | 188.532,29 |
| Graandok - Bouw kaaimuur ten behoeve van demping | 20% | ||
| Hansadok - Renovatie kaaimuurkop thv 497-493 | 20% | 271.685,9 | |
| Leopolddok - Verdiepen kaaimuur t.h.v. 211-217 | 20% | 1.363.876,14 | |
| Vrasenedok - Leveren en plaatsen cilindrische fenders | 20% | 306.159,99 | |
| Verrebroekdok - Uitbreiding aanmeerfaciliteiten westkaai | 20% | 128.863,34 | |
| Haven van Gent | 10.837.936,97 | 6.261.599,03 | |
| KGT - Huurkosten grond en water fenderstructuur | 87.100,00 | ||
| Kluizendok - Aanlegbaggerwerken 2de fase | 100% | 874.085,65 | 548.325,94 |
| Kluizendok - Aanleg wegenis 3de fase | 100% | 103.171,96 | 46.893,25 |
| Kluizendok - Bouwen kaaimuren parallelkaai | 60% | 136.832,55 | 194.343,36 |
| Kluizendok - Aanleg spoorbeddingen | 100% | 9.265.206,69 | 5.268.428,54 |
| Moervaart - Herstellen grondakkers | 20% | 33.059,48 | 52.205,82 |
| Moervaart - Inrichting industrieterrein Moervaart-Zuid | 64.302,12 | ||
| Sifferdok - Ombouw ro-ro kaaimuur | 20% | 278.006,88 | |
| Sifferdok - Leveren en plaatsen van fenders | 20% | 147.573,76 | |
| Haven van Zeebrugge | 6.063.461,74 | 9.811.697,45 | |
| Albert II-dok - noord, verlenging kaaimuur | 144.894,69 | ||
| Albert II-dok - zuid, aanpassingswerken kaaimuren | 20% | 393.948,40 | |
| Albert II-dok - zuid, afwerken kraanbalkzijde | 20% | 270.419,17 | |
| Bastenakenkaai - verlenging kaaimuur | 20% | 746.062,06 | 6.670,67 |
| Bastenakenkaai - baggerwerken | 6.665.392,00 | ||
| Brittaniadok - bouwen aanlegsteiger | 20% | 211.243,99 | 97.445,34 |
| LNG-dok - Bouwen tweede steiger | 1.897.859,00 | ||
| Maritieme logistieke zone - aanleg wegenis en riolering | 37.243,90 | 2.607,07 | |
| Maritieme logistieke zone - haveninterne wegenis | 320.937,32 | ||
| Westelijk Schiereiland - Bouwen voorwand oostkaai | 5.057.445,74 | ||
| Zuidelijk insteekdok - bouwen steiger thv Canadakaai | 11.466,05 | 11.523,79 | |
| Totaal subsidies | 18.846.820,63 | 16.810.000,00 |
Naast de subsidiëring op basis van investeringen in haveninterne basisinfrastructuur en uitrustingsinfrastructuur zijn er eveneens de zogenaamde “Decreetskosten”. Dit zijn de jaarlijkse operationele kosten voor het onderhoud en exploitatie van de zeesluizen in de Vlaamse zeehavens en voor de onderhoudsbaggerwerken van de maritieme toegang achter de sluizen in Antwerpen. Deze kunnen op jaarlijkse basis worden vergoed en worden ingeschreven in de begroting van de Vlaamse overheid.
Zeesluizen spelen een vitale rol binnen het maritieme toegangssysteem, aangezien zij de natuurlijke toegangswegen verbinden met de in het verlengde daarvan liggende kunstmatige, niet aan het getij onderhevige kanalen die België en Vlaanderen toegankelijk maken voor grote zeeschepen. Deze zeesluissystemen zijn bijgevolg een integrerend onderdeel van de maritieme toegangswegen aangezien zij de natuurlijke toegangswegen vanuit zee verbinden met de kunstmatige toegangswegen binnen het havengebied. Zij fungeren dus niet als commerciële havenfaciliteiten, maar als verlengstuk van de natuurlijke toegangswegen dat alle havengebruikers en de maritieme gemeenschap als geheel ten goede komt.
Artikel 9 van het Havendecreet bepaalt dat de havenbedrijven het binnen het havengebied gelegen openbaar domein waarvan zij het eigendomsrecht hebben of dat hen in beheer werd gegeven beheert en dat verantwoordelijk zijn voor de exploitatie en het onderhoud, met inbegrip van het verwerken van de specie, van de binnen het havengebied gelegen zeesluizen. Voor dit onderhoud en de exploitatie kan de Vlaamse Regering binnen de perken van de begroting toelagen toekennen aan de havenbedrijven conform artikel 29bis van het Havendecreet.
De Europese Commissie stelt dat de havenbedrijven alleen vergoed mogen worden voor de werkelijk gemaakte kosten, tot vooraf vastgestelde maximumbedragen die zijn bepaald in overleg met een onafhankelijk onderzoekbureau dat hiervoor een gedetailleerde audit heeft uitgevoerd waarbij de werkelijke kosten voor de zeesluizen in het Vlaamse Gewest zijn berekend, onder andere rekening houdend met personeelskosten, algemene kosten, jaarlijkse onderhoudskosten, enz.
Aangezien de overheidscompensatie voor het onderhoud en de exploitatie van zeesluizen binnen de havengebieden beperkt blijft tot de werkelijke kosten en geen voordeel voor het havenbedrijf meebrengen wat zijn commerciële activiteiten betreft worden deze niet beschouwd als staatssteun zoals bedoeld in artikel 87 van het EG-verdrag.
Voor buitengewone herstellingswerken, buitengewone uitbreidingen of vervangingswerken aan zeesluizen en aanhorigheden, zoals het vervangen of renoveren van sluisdeuren, van sluisbruggen, van seinmasten, van en aan bedieningsgebouwen, grootschalige vervanging van elektromechanische uitrusting en dergelijke is voorafgaandelijk de goedkeuring van het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door Maritieme Toegang, vereist. Veelal zal Maritieme Toegang deze buitengewone werken zelf uitvoeren en dus niet subsidiëren.
Het Vlaams Gewest betaalt deze onkosten terug. Controle en toezicht gebeurt door de afdeling Maritieme Toegang. De behandeling van de 4 zeehavens gebeurt op een analoge manier.
Maritieme Toegang is verantwoordelijk voor de aanleg, de instandhouding, met inbegrip van het verwerken van de specie, het onderhoud en de exploitatie van de maritieme toegangswegen. Het gedeelte van de maritieme toegangsweg waaraan aanmeerinfrastructuur voor zee- en binnenschepen met het oog op de overslag van goederen of het vervoer van personen is gelegen wordt ook door haar mede gefinancierd.
Dit veronderstelt het permanent uitvoeren van onderhoudsbaggerwerken in de maritieme toegangswegen. In de Haven van Antwerpen op rechteroever worden de baggerwerken achter de sluizen (kanaaldokken en zwaaikommen) uitgevoerd door het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen.
Aangezien de wetgeving en overeenkomsten een verschil in betoelaging voorzien, dient er een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen baggerwerken uitgevoerd ter hoogte van de maritieme toegang en de werken uitgevoerd ter hoogte van de commerciële ligplaatsen. De haven van Antwerpen, de enige haven die gesubsidieerd wordt, heeft hiertoe een registratiesysteem aangebracht op de baggertuigen die het effectief volume ton droge stof (tDs) registreren. Op basis hiervan wordt de verdeling van de kosten tussen de maritieme toegang, de commerciële ligplaatsen en de niet-subsidieerbare gebieden gemaakt.
Artikel 29ter van het Havendecreet machtigt de Vlaamse Regering ertoe, binnen de perken van de begroting, toelagen hiervoor toe te kennen aan het Antwerpse Havenbedrijf.
| Haven | gereserveerde bedragen | gereserveerde bedragen |
|---|---|---|
| 2010 | 2011 | |
| Antwerpen (onderhoud en exploitatie zeesluizen) | 12.025.992 € | 12.186.653 € |
| Antwerpen (onderhoudsbaggerwerken van de maritieme toegang achter de sluizen op rechteroever) | 6.549.324 € | 6.698.463 € |
| Oostende (onderhoud en exploitatie Demeysluis) | 403.980 € | 486.204 € |
| Zeebrugge (onderhoud en exploitatie zeesluizen) | 3.144.491 € | 3.286.989 € |
| Totaal | 22.123.787 € | 22.658.309 € |