De havenontwikkeling van de Vlaamse zeehavens is van zeer groot belang voor de welvaart in de regio. Anderzijds gaat deze havenontwikkeling, niet in het minst door de hoge bevolkingsdichtheid in Vlaanderen, onvermijdelijk gepaard met een druk op de leefbaarheid van de omwonenden.
De Vlaamse overheid zoekt naar een evenwicht tussen beide. Belangrijk voor de leefbaarheid van de omwonenden zijn de bufferzones tussen haventerreinen en de woonzones. Deze buffers of koppelingsgebieden, fungeren als kwaliteitsvolle overgangsgebieden.
Conform de bepalingen in het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen, het havendecreet en de opeenvolgende regeerakkoorden, werd voor ieder van de vier Vlaamse zeehavens een strategisch plan opgesteld. In het strategisch plan werd onderzocht hoe bij verdere ontwikkeling van het havengebied de economische belangen duurzaam kunnen worden verzoend met andere maatschappelijke belangen zoals leefbaarheid van de omwonenden, landbouw, mobiliteit, natuur en milieu. Dit vormt de vertrekbasis voor de afbakening van de zeehavens in een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP). Via het GRUP wordt door de overheid de bestemming van een bepaald gebied vastgelegd. Het GRUP bevat stedenbouwkundige voorschriften op basis waarvan stedenbouwkundige vergunningen kunnen worden afgeleverd.
Meer info:

Gezien de specifieke ligging van de Gentse kanaalzone, werd in de kanaaldorpen al vroeg de alarmbel geluid over de impact van de haven op de omwonenden. Reeds in 1993 werd op initiatief van de provincie Oost-Vlaanderen gestart met het project ‘Gentse kanaalzone’. Er kwam een breed samenwerkingsverband tussen publieke en private betrokkenen. Dit heeft o.m. geleid in 2007 tot 'het strategisch plan Gentse kanaalzone', een visie voor de toekomstige ontwikkeling van de Gentse kanaalzone.
Ondertussen keurde de Vlaamse regering in 2005 een 'eerste gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de Gentse zeehaven' goed. Het plan legde de definitieve grens van de zeehaven en de gedetailleerde bestemming van de eerste reeks koppelingsgebieden (bosgebied, landbouwgebied, parkgebied, etc) vast, goed voor zo’n 445 ha. Op basis van dit het gewestelijk-RUP voor het zeehavengebied werd door de Vlaams Landmaatschappij en in samenwerking met de lokale (gemeentes) en Vlaamse partners, het planprogramma ‘Gentse Kanaalzone – Koppelingsgebieden - fase 1’ opgesteld voor de inrichting van de koppelingsgebieden (goedgekeurd door de Vlaamse Regering 24 feb 2006).
Ondertussen zijn de eerste koppelingsgebieden aangelegd en werden op 9 juni 2012 aan het publiek voorgesteld. Meer info.
In de zomer 2011gaf de Vlaamse regering groen licht voor een tweede gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Een openbaar onderzoek werd georganiseerd waarbij elke burger zijn opmerkingen, bezwaren of adviezen kon indienen. Het RUP heeft betrekking op delen van het grondgebied van de gemeente Evergem, Gent en Zelzate. Het openbaar onderzoek liep van 3 oktober 2011 tot en met 1 december 2011.
In de marge hiervan werd, om de inrichting van deze koppelingsgebieden en andere groenzones mogelijk te maken, op voorstel van minister Crevits en minister Schauvliege, een ‘Grondenbank Gentse Kanaalzone’ opgericht.
AMT beheert de eigendommen van het Vlaams Gewest gelegen in het havengebied. Aldus is aMT mee verantwoordelijk voor de financiering van de inrichting van de bufferzones. In overleg met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) en Havenbedrijf Gent worden de inrichtingsplannen van de koppelingszones gerealiseerd.
| Omschrijving | Raming totaal project | aandeel aMT | planning |
|---|---|---|---|
| Inrichting Desteldonck-Noord en Desteldonck-Zuid | € 631.834,57 | € 267.347,42 | lente 2012: einde werken |
| Inrichting Rieme-Noord en Doornzele-Zuid | € 4.256.231 | € 561.988,57 |
2012: opmaak technische plannen |
In de periode 1999-2006 liep het strategisch planningsproces voor de zeehaven van Antwerpen.
Bij de opmaak van 'het strategisch plan voor de haven van Antwerpen' (SPHA) werd een geïntegreerd streefbeeld voor de beide Scheldeoevers opgesteld.
Gelijktijdig met het SPHA werd het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Waaslandhaven fase 1 en omgeving’ opgesteld, waarbij een groot deel van de Antwerpse zeehaven op de linker Schelde-oever werd bestemd. Dit plan ordent niet alleen het eigenlijke Waaslandhavengebied maar omvat ook herbestemmingen ter ondersteuning van de leefbaarheid van de betrokken dorpskernen en de natuurinrichtingswerken en -compensaties voor de bouwwerken van algemeen belang (o.m. Deurganckdok) . De Vlaamse regering heeft het plan ‘Waaslandhaven fase 1 en omgeving’ goedgekeurd op 16 december 2005.
In het Plan-MER voor het SPHA werden verschillende scenario’s bestudeerd. De synthese van het Plan-MER werd vertaald in een voorkeursalternatief, dat maximaal rekening houdt met de wensen en behoeften van alle betrokkenen. Op 22 juli 2009 heeft de Vlaamse Regering gekozen voor dit 'maatschappelijk meest haalbaar alternatief' als na te streven gewenste ontwikkeling voor de haven van Antwerpen.
Momenteel loopt de procedure van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) voor de afbakening van het zeehavengebied Antwerpen. Een ontwerp van GRUP is voorgelegd waarbij de ruimtelijke aspecten van het gekozen alternatief werden vertaald in de bestemmingen en afbakening van de zeehaven en haar omgeving. De Vlaamse Regering heeft op 27/4/2012 beslist tot voorlopige vaststelling van het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening zeehavengebied Antwerpen', Zie ook aankondiging openbaar onderzoek. Meer info: www.havenvandetoekomst-Antwerpen.be.
Op 1 feb 2013 besliste de Vlaamse Regering de termijn voor de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening zeehavengebied Antwerpen' te verlengen met zestig dagen. Op 30 april 2013 keurde de Vlaamse Regering het GRUP goed.
In overleg met Infrabel en de gemeente Beveren wordt de inrichting van bufferzones die kaderen in het GRUP ‘Waaslandhaven fase 1 en omgeving’ gerealiseerd.
| Omschrijving | Raming totaal project | Aandeel aMT | Planning |
|---|---|---|---|
| Uitvoeren van boscompensatie en inrichten van buffers in de waaslandhaven | € 120.000 | € 120.000 | Uitvoering: najaar 2012 |
In november 2004 werd het 'Strategisch Plan voor de haven van Zeebrugge' voltooid en ter kennisgeving aan de Vlaamse regering voorgelegd. In het kader van het strategisch plan zijn verschillende flankerende maatregelen voorgesteld die moeten bijdragen aan de verbetering van de leefkwaliteit van de onmiddellijke havenomgeving.
Het strategisch plan bestaat uit een streefbeeld en een actieplan. Het streefbeeld schetst in dertien kernbeslissingen de globale gewenste en toekomstige ontwikkeling van de zeehaven.
M.b.t. ‘Kernbeslissing 6 – leefbare dorpen en stadswijken’ worden 15 maatregelen voorgesteld om in de dorpen en stadswijken het leefklimaat te verhogen ter compensatie van de soms storende invloed van de haven.
De Vlaamse Regering heeft op 19 juni 2009 het 'gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening Zeehaven Zeebrugge' definitief vastgesteld. In het GRUP wordt o.m. de buffering en bescherming van Zeebrugge-dorp voorgesteld.
In november 2005 werd het Strategisch plan van de haven van Oostende voorgelegd aan de Vlaamse Regering. Het strategisch plan somt maatregelen op die het samenleven van haven en stad in goede banen leiden, bijvoorbeeld door de aanleg van buffers en groenschermen. Speciale aandacht is er voor de overgangsgebieden. Ontwikkelingen in de haven en toekomstige ontwikkelingen in aanpalende stedelijke gebieden worden op elkaar afgestemd.
De Vlaamse Regering heeft de Vlaams minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, belast met het opmaken van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de afbakening van de zeehaven van Oostende. Op 30 maart 2012 werd het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Afbakening zeehavengebied Oostende" voorlopig vastgesteld. Nu wordt een openbaar onderzoek georganiseerd waarbij elke burger zijn opmerkingen, bezwaren of adviezen kan indienen. Het RUP heeft betrekking op delen van het grondgebied van de gemeente Oostende, Bredene en Oudenburg. Het openbaar onderzoek loopt van 8 mei 2012 tot en met 6 juli 2012.